1 mei 2018

Wie stelt de agenda vast?

Gestelde vraag is een afgeleide van de vragen, wie heeft de uiteindelijke macht binnen de vennootschap en wie heeft het voor het zeggen? Bestuurder(s) of aandeelhouder(s)? Het bestuur wordt benoemd door de aandeelhouder,[1] maar het bestuur is zelfstandig verantwoordelijk voor het bepalen van het beleid en de strategie van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Hoe liggen de verhoudingen?

Bovenstaande vragen zijn niet eenvoudig te beantwoorden. De bestuurder die niet doet wat de aandeelhouder wil, loopt het risico ontslagen te worden. Maar een bestuurder heeft wel eigen taken en verantwoordelijkheden en dient in het belang van de vennootschap te handelen en zich niet (enkel) te laten leiden door het financiële belang van de aandeelhouder. Binnen de BV bestaat bovendien de mogelijkheid van instructiebevoegdheid toe te kennen op grond waarvan een ander orgaan concrete aanwijzingen aan het bestuur kan geven (vgl. art. 2:239 lid 4 BW).

Op 20 april 2018 bevestigt de Hoge Raad dat het bestuur niet zo maar naar de pijpen van de aandeelhouder hoeft te dansen. Wel dient het bestuur over het gevoerde beleid verantwoording af te leggen aan de algemene vergadering. Vooraf is zij evenwel, zonder andersluidende wettelijke, statutaire of verbintenisrechtelijke (?) bepalingen[2], niet verplicht de algemene vergadering in haar besluitvorming te betrekken.

Boskalis / Fugro

Het arrest van 20 april jl. gaat om het volgende. Boskalis probeerde als aandeelhouder van Fugro gebruik te maken van het haar wettelijk toekomende agenderingsrecht (art. 2:114a/224a BW). Bij de NV geldt dat voor de ≥3%-aandeelhouder bij de BV voor de ≥1%-aandeelhouder. Het agenderingsrecht verplicht het bestuur kort gezegd onderwerpen waarvan de behandeling schriftelijk is verzocht op te nemen in de oproeping voor de algemene vergadering.

Boskalis wilde een stemming afdwingen over het ontmantelen van een beschermingsconstructie tegen vijandige overnames. Het bestuur reageerde negatief op het tijdig gedane verzoek en weigerde het agendapunt, dat de facto een stemming over de ontmanteling inhield, op de agenda te zetten of in de oproeping op te nemen, waarop Boskalis naar de voorzieningenrechter stapte.

Partijen waren het erover eens dat de aangelegenheid binnen de (exclusieve) bevoegdheid van het bestuur viel en de aandeelhouders in principe geen bevoegdheid ter zake toekwam. Desalniettemin vond Boskalis dat zij de stemming mocht afdwingen middels haar agenderingsrecht en stelde daarbij dat de stemming niet bindend hoefde te zijn maar het karakter zou hebben van een aanbeveling aan het bestuur.

In eerdere instantie(s) kreeg Boskalis nul op het rekest van de rechtbank en het gerechtshof. Ook de Hoge Raad geeft niet Boskalis maar het bestuur van Fugro gelijk. Hetgeen na de ASMI-beschikking van de Hoge Raad[3] niet als een verrassing komt nu de Hoge Raad in die beschikking reeds had bepaald dat de strategie vrijwel het exclusieve domein van het bestuur is.

De Hoge Raad oordeelt in de Boskalis/Fugro-arrest dat nu het bepalen van het beleid en de strategie van een vennootschap en de met haar verbonden onderneming in beginsel en aangelegenheid is van het bestuur en het bestuur niet verplicht is de algemene vergadering daaromtrent te consulteren, de in art. 2:114a BW bedoelde aandeelhouders de vennootschap niet ertoe kunnen verplichten een onderwerp dat een aangelegenheid is van het bestuur ter stemming op te nemen in de agenda van de algemene vergadering.[4]

Het maakte daarbij niet uit dat Boskalis genoegen zou nemen met een niet bindende c.q. informele stemming, aanbeveling, peiling danwel motie. De Hoge Raad liet voorgaande geparafraseerde overweging voorafgaan door de beoordeling dat geldt dat iedere vennootschap binnen de grenzen van de wet vrij is haar organisatie naar eigen inzicht in te richten. Voor zover bevoegdheden omtrent de inrichting van de organisatie toekomen aan het bestuur, valt de uitoefening daarvan samen met het bepalen van het beleid en de strategie van de vennootschap. Het bestuur heeft daarin tot op zekere hoogte de vrije hand en een eigen verantwoordelijk en richt zich daarbij naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming.[5]

De aandeelhouder kan derhalve, voor wat betreft bevoegdheden die haar niet toekomen, ook niet op de stoel van bestuurder gaan zitten. Wil de aandeelhouder desalniettemin die bevoegdheden naar zich toe trekken dan zal zij een bestuur moeten aanstellen die haar wel wil volgen en haar wensen ten uitvoer wil leggen. Ook die (nieuwe) bestuurder zal zich evenwel moeten richten naar het belang van de vennootschap en op grond daarvan een (eigen) afweging moeten maken.

Mocht u meer willen weten over governance vraagstukken, interne verhoudingen binnen de vennootschap of andere ondernemings-/vennootschapsrechtelijke vragen, dan kunt u contact opnemen met M.M. (Mathijs) Arts (via marts@lagrolaw.nl of per telefoon 070-7900 132).



[1] Tenzij sprake is van een structuurvennootschap dan wordt het bestuur benoemd door de RvC

[2] Zie mijn eerdere bijdrage: https://www.lagrolaw.nl/nl/actueel/stemovereenkoms...

[3] Hoge Raad, 9 juli 2010, JOR 2010/228

[4] R.o. 3.3.7.

[5] R.o. 3.3.6.