11 juni 2018

Wet terugvordering staatssteun treedt per 1 juli 2018 in werking

Overheden zijn volgens Europees recht verplicht om onterecht verleende staatssteun terug te vorderen. Tot nu toe bestond voor de terugvordering van staatssteun nog geen volledig sluitende grondslag in de Nederlandse wet. Daarin is verandering gekomen met de komst van de Wet terugvordering staatssteun, die per 1 juli 2018 in werking treedt.

Het is overheden verboden om steun te verlenen aan ondernemingen, tenzij de staatssteun verenigbaar is met de interne markt. Wanneer aan de voorwaarden van artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) is voldaan, is sprake van onverenigbare staatssteun. Deze voorwaarden zijn de volgende:

1. De steun wordt verleend aan een onderneming die een economische activiteit verricht;

2. De steun wordt door staatsmiddelen bekostigd;

3. Deze staatsmiddelen verschaffen een economisch voordeel dat niet via normale commerciële weg zou zijn verkregen (non-marktconformiteit);

4. De maatregel is selectief: het geldt voor één of enkele ondernemingen, een specifieke sector/regio;

5. De maatregel vervalst de mededinging (in potentie) en (dreigt te) leiden tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in de EU.

De Europese Commissie controleert of nationale overheden de staatssteunregels op de juiste wijze toepassen. Indien een bestuursorgaan voornemens is staatssteun te verlenen aan een onderneming, moet de steun worden aangemeld bij de Europese Commissie. Totdat de Europese Commissie de steun heeft goedgekeurd, mag de steun niet worden verleend. Dit wordt de standstill-verplichting genoemd.

Indien de Europese Commissie constateert dat een bestuursorgaan staatssteun heeft verleend die onverenigbaar is met de interne markt, moet het volledige steunbedrag worden teruggevorderd. De overheid die de steun onterecht heeft verleend, is in dat geval verplicht de staatssteun inclusief rente terug te vorderen bij de begunstigde(n) van de steun. Dit betreft zowel direct begunstigden als indirect begunstigden. Door de terugvordering wordt de marktsituatie teruggebracht naar de situatie zoals die was voor de steunverlening.

Terugvordering

De terugvordering van staatssteun gebeurt volgens de regels en procedures van de lidstaten. Dit betekent dat elke lidstaat ervoor moet zorgen dat het nationale recht voorziet in de grondslag of grondslagen die onverwijlde en daadwerkelijke uitvoering van een terugvorderingsbesluit mogelijk maken. In het Nederlandse recht ontbrak een dergelijke zelfstandige grondslag voor sommige gevallen, waardoor het in de praktijk soms lastig bleek te zijn om aan de terugvorderingsverplichting te voldoen. Zo ontbreekt in de Nederlandse wet- en regelgeving een grondslag voor het terugvorderen van rente over het verleende steunbedrag.

De Wet terugvordering staatssteun voorziet in een sluitende set grondslagen voor de terugvordering van onterecht verleende staatssteun. In de wet is bepaald dat de verplichting tot terugvordering van staatssteun rust op het bestuursorgaan dat de steun heeft verleend. Bestuursorganen moeten volgens de wet een terugvorderingsbesluit nemen als de Europese Commissie opdracht geeft tot terugvordering, als de Europese Commissie een nationale rechter heeft geadviseerd dat een maatregel onverenigbare staatssteun oplevert en als het bestuursorgaan naar aanleiding van nationale of Europese rechtspraak zelf van oordeel is dat zij onrechtmatige staatssteun heeft verleend.

Bestuursorganen hebben op grond van de wet de bevoegdheid om aan een begunstigde verleende vergunningen en besluiten in te trekken indien de staatssteunregels aan vergunningverlening of het vaststellen van een besluit in de weg staan. Ook wordt aan artikel 4:35 van de Awb een bepaling toegevoegd op grond waarvan een subsidie kan worden geweigerd indien subsidieverlening tot onrechtmatige staatssteun zou leiden.

Tegen terugvorderingsbeschikkingen staat beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).

Contact

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw contactpersoon van onze sectie Mededinging en staatssteun of met mr. Karlijn de Groes via telefoonnummer 0172 - 503250 of per e-mail (kdegroes@lagrolaw.nl).