10 september 2018

Werknemers hebben meer verworven rechten dan u denkt

In de praktijk komt het vaak voor. Naast overeengekomen arbeidsvoorwaarden, kennen werkgevers in de praktijk hun werknemers extra (financiële) voordelen toe. Denk aan een telefoon of laptop van de zaak of een eindejaarsuitkering. Er komt discussie als de werkgever een einde wil maken aan dat voordeeltje. De werknemer vindt dat hij er inmiddels recht op heeft. Hoe oordeelt de rechter daarover?

Hoge Raad 22 juni 2018

De Hoge Raad heeft op 22 juni 2018[1] in het arrest FNV/Pontmeyer richtlijnen gegeven om te beoordelen wanneer uit de gedragslijn van de werkgever een arbeidsvoorwaarde (en dus een verworven recht) voor de werknemer voortvloeit. De Hoge Raad stelt voorop dat deze vraag niet zwart-wit te beantwoorden is. Belangrijk is dat de werkgever in ieder geval een bepaalde tijd de werknemer op een zekere wijze heeft behandeld en het voordeel heeft toegekend. Dat schept verwachtingen. Zoveel was op basis van lagere rechtspraak al wel duidelijk. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 22 juni 2018 vervolgens de bekende toverformule losgelaten op de uitleg van de vraag of er wel of sprake is van een verworven (aanvullende) arbeidsvoorwaarde. Daarnaast is een aantal gezichtspunten geformuleerd:

“Het komt aan op de zin die partijen aan elkaars gedragingen (en in verband daarmee staande verklaringen) hebben toegekend en in de gegeven omstandigheden daaraan redelijkerwijs mochten toekennen. In dit verband komt betekenis toe aan gezichtspunten als

  • de inhoud van de gedragslijn,
  • de aard van de arbeidsovereenkomst en de positie die de werkgever en de werknemer jegens elkaar innemen,
  • de lengte van de periode gedurende welke de werkgever de desbetreffende gedragslijn heeft gevolgd
  • hetgeen de werkgever en de werknemer in verband met deze gedragslijn jegens elkaar hebben verklaard of juist niet hebben verklaard
  • de aard van de voor- en nadelen die voor de werkgever en de werknemer uit de gedragslijn voortvloeien, en
  • de aard en de omvang van de kring van werknemers jegens wie de gedragslijn is gevolgd.”

Met name de geformuleerde gezichtspunten kunnen behulpzaam zijn in de praktijk. Niet alleen de lengte van de periode waarin het voordeel is toegekend is van belang, maar diverse andere omstandigheden kunnen een rol spelen. Hoe deze gezichtspunten met elkaar samenhangen, zal in de lagere rechtspraak vorm moeten krijgen.

Feitenrechtspraak

Inmiddels zijn twee uitspraken bekend waar rechters hebben geoordeeld langs de door de Hoge Raad uitgezette lijn. Zo oordeelde de rechtbank Midden-Nederland dat een werknemer aanspraak kon maken op een leaseauto met tankpas en mobiele telefoon als arbeidsvoorwaarden en deze zaken ook tijdens ziekte mocht blijven gebruiken, ook al was er over de toekenning van de zaken nooit iets schriftelijk vastgelegd. Met name het langdurige gebruik van de zaken (nagenoeg) gedurende het hele bestaan van het dienstverband en het feit dat er over inname bij ziekte niets was vastgelegd, speelde een rol.[2]

De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de uitbetaling van bepaalde vergoedingen bij consignatiediensten (oproepbaar zijn voor onvoorziene omstandigheden) arbeidsvoorwaarden voor de werknemers waren geworden, die de werkgever niet mocht intrekken, althans wijzigen.[3] De werknemers kregen bij de werkgever bij een oproep tijdens een consignatiedienst standaard twee uur extra uitbetaald en een tweede werknemer die werd geraadpleegd, kreeg ook een consignatievergoeding. Dit gebeurde al 15 jaar en gebeurde ook bij alle werknemers. Bovendien werden de (extra) uren op urenstaten verantwoord en door het management afgetekend en was de salarisadministratie specifiek ingericht op de toekenning van de (aanvullende) vergoedingen. Al deze omstandigheden heeft de rechtbank samengenomen in het eindoordeel dat de vergoedingen – ook al was dit nergens schriftelijk vastgelegd - onderdeel zijn geworden van de arbeidsovereenkomst.

Les voor de praktijk

De gezichtspunten van de Hoge Raad geven een richting om te beoordelen of door werkgevers extra toegekende voordelen een verworven recht voor werknemers opleveren, dat niet zonder meer kan worden ingetrokken of gewijzigd. De eerste twee uitspraken die sinds het arrest van de Hoge Raad zijn gewezen, vallen in het voordeel uit van de werknemers. Dit biedt wat ons betreft aanleiding voor werkgevers om de voordelen die zij hun werknemers in de praktijk toekennen eens onder de loep te nemen. Mogelijk zijn er op basis van de gezichtspunten van de Hoge Raad nu nog wel mogelijkheden te vinden om deze voordelen anders in te richten en daarmee te voorkomen dat werknemers in de toekomst een vaste aanspraak kunnen maken op vele aanvullende arbeidsvoorwaarden.

Voor meer informatie en advies kunt u terecht bij mr. A.I. (Angela) Mekes via e-mail, telefonisch via 070 - 7900130 en andere advocaten van onze sectie arbeidsrecht.