8 oktober 2018

Werknemer krijgt vergoeding na urenvermindering

Een werknemer die gedwongen minder gaat werken heeft recht op een gedeeltelijke transitievergoeding, zelfs wanneer dit in overleg gebeurd. Deze uitspraak door de Hoge Raad heeft veel gevolgen in de praktijk.

Oorzaak van de rechtszaak

Het gaat in deze zaak om een lerares die in dienst is bij een stichting voor bijzonder voortgezet onderwijs. De lerares is in 2013 ziek uitgevallen en raakt gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Na twee jaar werd in overleg besloten dat zij minder zou gaan werken. Haar voltijdcontract is opgezegd en ze werd vervolgens aangenomen voor 55% van haar oude werktijd. De lerares wil een vergoeding voor de verloren uren van haar werkgever. Toen de werkgever dit weigerde te betalen, stapte de werknemer naar de kantonrechter. Deze gaf haar gelijk, maar in hoger beroep oordeelde het gerechtshof anders. Uiteindelijk komt het bij de Hoge Raad terecht.

Recht op gedeeltelijke transitievergoeding

De Hoge Raad oordeelt dat een werknemer in speciale gevallen wél recht heeft op een gedeeltelijke transitievergoeding. Voorbeelden van deze speciale gevallen zijn het wegvallen van een functie door ‘bedrijfseconomische omstandigheden’ of blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Bedrijfseconomische omstandigheden zijn bijvoorbeeld een reorganisatie.

In deze situaties wordt vanwege de herplaatsingsverplichting en re-integratieverplichting verwacht dat dat de werknemer niet wordt ontslagen, maar voor een gewijzigd aantal uren in dienst blijft. De Hoge Raad vindt het niet rechtvaardig dat een werknemer na ontslag een deel van de oorspronkelijke transitievergoeding misloopt. Deze vergoeding wordt namelijk berekend over de laatste loon (dat bij het vernieuwde contract lager uitvalt). De gedeeltelijke transitievergoeding moet het gedeeltelijke ontslag compenseren.

Substantieel en structureel

Het maakt de Hoge Raad niet uit op welke manier de urenvermindering tot stand komt. Zowel bij het vermindering van de arbeidsduur als het beëindigen van het “oude” contract mag de werknemer een gedeeltelijke vergoeding claimen. In de uitspraak staat dat vermindering van arbeidsduur substantieel en structureel moet zijn. Dit houdt in dat er blijvend minimaal 20% van de werktijd moet worden ingeleverd. De vergoeding wordt berekend over het aantal uren dat de werknemer verliest.

Een voorbeeld: een werknemer werkte eerst 40 uur en na de urenvermindering nog maar 22 uur. De werkgever moet het salaris dat de werknemer op basis van 40 uur verdiende dan terugrekenen naar 18 uur (het urenverlies). Dit is het uitgangspunt voor de berekening van de transitievergoeding.

Wat als beide partijen toestemmen?

De uitspraak geeft antwoord op een belangrijke vraag. Tegelijkertijd roep het ook direct vragen op. Wat gebeurd er bijvoorbeeld wanneer de urenvermindering door beide partijen wordt goedgevonden? Bestaat dan ook het recht op een gedeeltelijke transitievergoeding? Naar mijn mening moet de inzet hetzelfde zijn als bij een volledig ontslag met goedkeuring van beide kanten. De werknemer heeft wettelijk gezien geen recht op de gedeeltelijke transitievergoeding, maar heeft dan wel een middel in handen om mee te onderhandelen.

Meer informatie

Heeft u vragen over transitie- of ontslagvergoedingen? U kunt contact opnemen met Mr. drs. J.A. (Judith) Tersteeg via jtersteeg@lagrolaw.nl of telefonisch via 0172-503235.

Wij delen graag onze kennis met u. Zodat ook ú uw juridische kennis kunt verdiepen. Hierom bieden wij onze white paper Medezeggenschap gratis aan. In de white paper worden veel gestelde vragen uitvoerig behandeld.