7 november 2017

Welke functie heeft uw werknemer eigenlijk?

Bij het begin van het dienstverband wordt in de arbeidsovereenkomst vaak de functie opgenomen, die de werknemer gaat vervullen. Wanneer een werkgever op enig moment wil reorganiseren en bij het UWV toestemming vraagt om bepaalde werknemers te mogen ontslaan, zal de werkgever het afspiegelingsbeginsel moeten toepassen. En dan wordt het vaak spannend. Welke functie moet u dan uw werknemers toekennen? De functie die in de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst staat of de functie waar de werknemer in de praktijk ingerold is?

Uit een arrest van de Hoge Raad van 14 juli 2017 is op te maken dat de functie, waarin de werknemer is aangesteld leidend is en niet de feitelijke werkzaamheden. In deze zaak stelde de werknemer, een chef-kok, zich op het standpunt dat zijn werkgever het aantal arbeidsplaatsen voor chef-koks op een onjuiste wijze had teruggebracht. De werkgever had in totaal drie werknemers in de functie van “chef-kok” geplaatst en op basis van het afspiegelingsbeginsel één werknemer boventallig verklaard. Deze werknemer stelde zich vervolgens op het standpunt dat de twee andere “chef-koks” in de praktijk slechts de functie van “kok” vervulden. Hij meende dat hij zelf de enige “chef-kok” was en om die reden niet boventallig had mogen worden verklaard.

Overwegingen
De werknemer vangt bij drie rechtelijke instanties bot. De werkgever heeft dus weldegelijk goed afgespiegeld. Het zou misschien best zo kunnen zijn dat werknemers in de praktijk andere werkzaamheden uitvoeren, maar leidend blijft de functie waarin de werknemer is aangesteld, met de daarbij behorende loonschaal. Het zijn immers de werkzaamheden die bij die functie horen, die de werkgever van de werknemer kan verlangen. Dat de werkgever de werknemer feitelijk mogelijk werkzaamheden laat doen onder zijn niveau doet daaraan dus niet af. Het gaat erom welke werkzaamheden de werkgever de werknemer kán laten verrichten.

Les voor de praktijk
De uitspraak is in zoverre interessant dat deze heel duidelijk bepaalt dat feitelijke werkzaamheden geen doorslaggevende rol spelen. De functie waarin de werknemer is aangesteld is leidend.

Toch is het de vraag of deze vlieger altijd op gaat. Natuurlijk kan het niet zo zijn dat de feitelijke werkzaamheden geen rol mogen spelen als de feitelijke situatie sterk afwijkt van de functie, die de werknemer op papier bekleedt. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarbij een werknemer geruime tijd geleden in dienst is getreden als junior verkoop assistent en inmiddels is opgeklommen tot accountmanager. In de regel zal een dergelijke functiewijziging wel zijn overeengekomen tussen partijen of anderszins blijken uit bijvoorbeeld functioneringsverslagen, maar het komt nog wel eens voor dat oorspronkelijke functies niet formeel gewijzigd worden en dan zou het gek zijn als de betreffende werknemer nog steeds als “junior verkoop assistent” aangemerkt zou moeten worden. Zijn salaris zal bijvoorbeeld wel allang het niveau van deze functie zijn ontstegen, zodat ook om die reden niet meer gezegd kan worden dat hij de functie bekleedt, waarin hij ooit is aangesteld. Uit de uitspraak van de Hoge Raad blijkt ook expliciet dat de bijbehorende loonschaal een belangrijke factor is om naar te kijken.

Voor werkgevers is in ieder geval van belang te realiseren dat niet gemakkelijk op de feitelijke werkzaamheden kan worden teruggevallen. Wanneer een werknemer in de praktijk dus daadwerkelijk een andere functie bekleedt en wanneer je deze werknemer ook niet meer de werkzaamheden, die horen bij de functie waarin hij is aangesteld wilt opdragen, zorg er dan voor dat deze functie op papier ook wordt aangepast. De papieren functie is immers bepalend.

Voor meer informatie over reorganiseren en toepassing van het afspiegelingsbeginsel kunt u contact opnemen met Mr. A.I. (Angela) Mekes