8 november 2018

Wat als de grondeigenaar weigert zijn toestemming te verlenen voor de overdracht van een erfpachtrecht?

Het erfpachtrecht kan door de erfpachter in beginsel worden overgedragen. In de notariële akte waarbij het erfpachtrecht is gevestigd, kan hiervan worden afgeweken. Hierin kan worden bepaald dat het erfpachtrecht niet kan worden overgedragen zonder toestemming van de eigenaar. Dit was ook in deze zaak het geval, waarbij de gemeente weigerde, als grondeigenaar, haar toestemming te verlenen.

Wat speelde er?

Een gemeente weigerde de toestemming voor de overdracht van een erfpachtrecht. Het betreffende gebied zou waarschijnlijk onderdeel gaan uitmaken van een geplande herontwikkeling. Hierbij wilde de gemeente niet geconfronteerd worden met een nieuwe eigenaar van het erfpachtrecht.

Machtiging van de rechtbank

Wanneer de grondeigenaar haar toestemming zonder redelijke gronden weigert, kan haar toestemming op verzoek van de erfpachter worden vervangen door een machtiging van de rechtbank. In dat geval treedt die machtiging in de plaats van de niet verleende toestemming van de grondeigenaar. Het erfpachtrecht kan op deze manier alsnog worden overgedragen. In deze zaak heeft de erfpachter om deze machtiging van de rechtbank verzocht.

Beoordeling door de rechtbank

Bij het verzoek om machtiging zal de kantonrechter beoordelen of het weigeren van de toestemming door de grondeigenaar onredelijk is. Volgens vaste rechtspraak is de weigering in ieder geval onredelijk:

I.indien het gevolg van de weigering is dat het erfpachtrecht onoverdraagbaar wordt. Dit is in strijd met het wettelijk systeem dat juist vrije overdraagbaarheid vooropstelt;

II.indien de grondeigenaar daarbij in strijd handelt met de bedoeling van de wetgever en voorwaarden stelt die geen verband houden met de betrokken rechtshandeling;

III.indien de grondeigenaar of de erfpachter daarbij in strijd handelt met de vestigingsakte en de algemene erfpachtvoorwaarden.

Indien de grondeigenaar een overheidsorganisatie is, zoals in deze zaak het geval was, is ook van belang dat het handelen wordt getoetst aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dat betekent onder andere dat de belangen van de erfpachter bij het besluit tot weigering aantoonbaar moeten zijn meegewogen.

De kantonrechter oordeelde dat de belangen van de erfpachter door de gemeente niet aantoonbaar zijn meegewogen. Het feit dat de zaak tussen de gemeente en de erfpachter al jaren speelt en dat de erfpachter hierdoor in ernstige financiële problemen is gekomen, is bijvoorbeeld niet in de belangenafweging betrokken.

De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de gemeente zonder redelijke grond de toestemming heeft geweigerd. De kantonrechter heeft de gevraagde machtiging, die in de plaats van de toestemming treedt, dan ook verstrekt.

Conclusie

Uit het voorgaande volgt dat een overheidsinstantie, zoals een gemeente, de toestemming voor de overdracht van een erfpachtrecht slechts op redelijke gronden mag weigeren en daarbij de belangen van de erfpachter aantoonbaar moet hebben meegewogen. Indien blijkt dat de gemeente zich hieraan niet houdt, kan bij de kantonrechter om vervangende toestemming worden verzocht.

Vragen?

Heeft u vragen naar aanleiding van het artikel? Neemt u gerust vrijblijvend contact op met mr. Rachida Raddahi via rraddahi@lagrolaw.nl of via 0172-503250.