11 september 2017

Rechter: Staat moet per direct maatregelen nemen tegen luchtvervuiling.

In een baanbrekende uitspraak is de Staat op 7 september 2017 door de rechter in kort geding veroordeeld om direct maatregelen tegen luchtvervuiling te nemen.

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag verplicht de Staat om daarvoor een luchtkwaliteitsplan vast te stellen. In dit plan moeten maatregelen worden opgenomen die ervoor zorgen dat de in Nederland gemeten stikstof- en fijnstofoverschrijdingen op de kortst mogelijk termijn zullen zijn verdwenen.

Overschrijdingen grenswaarden stikstof & fijnstof

Volgens de voorzieningenrechter staat namelijk vast dat uit metingen van RIVM (notabene een rijksinstituut) blijkt dat de grenswaarden voor fijnstof en stikstof, zoals vastgelegd in de Wet Milieubeheer, op sommige plaatsen worden overschreden.
Dit staat in schril contrast met het feit dat de grenswaarden voor stikstof en fijnstof al op 1 januari 2015 (stikstof) en 11 juni 2011 (fijnstof) had moeten zijn bereikt. De normen worden dus al jaren niet gehaald.
Volgens de voorzieningenrechter volgt uit de Wet Milieubeheer dat het de taak is van de Staat (lees: Minister van Infrastructuur en Milieu) om een programma vast te stellen dat is gericht op het bereiken van de grenswaarden. De voorzieningenrechter bepaalt dat de Staat zich daarbij niet kan verschuilen achter de lokale overheden.

NSL voldoet niet

Het vonnis is gebaseerd op de Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2008 “betreffende luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa”.
Nederland heeft deze richtlijn geïmplementeerd in titel 5.2 van de Wet Milieubeheer.
In het kader van de uitvoering van de Richtlijn heeft de minister op 1 augustus 2009 ook het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) vastgesteld. Hierin zijn nationale maatregelen genomen ten behoeve van de luchtkwaliteit. Het NSL is ook een samenwerkingsprogramma tussen de rijksoverheid en de decentrale overheden in de gebieden waar de grenswaarden al sinds 2005 worden overschreden en in gebieden waar overschrijdingen konden worden verwacht.

De voorzieningenrechter trekt de belangrijke conclusie dat het NSL niet voldoet omdat het niet de passende en doeltreffende maatregelen bevat die nodig zijn om de periode van overschrijding van de grenswaarden zo kort mogelijk te houden. De overschrijdingen duren nu al respectievelijk 2,5 en 6,5 jaar. De voorzieningenrechter acht het niet waarschijnlijk dat de in NSL genoemde horizon van 2020 wel zal worden gehaald.

Het NSL voldoet niet aan de Richtlijn omdat het geen opsomming bevat van de per knelpunt te treffen maatregelen. Het NSL bevat alleen maar een opsomming van generieke, landelijke maatregelen. Dit is volgens de voorzieningenrechter in strijd met de Richtlijn.

Luchtkwaliteitsplein

De Staat is dan ook veroordeeld om uiterlijk binnen twee weken te beginnen om alles te (laten) doen wat nodig is om op de kortst mogelijke termijn daadwerkelijk tot vaststelling van een luchtkwaliteitsplan te komen. Het plan moet maatregelen bevatten waaruit volgt dat voorspelbaar en aantoonbaar aan de grenswaarden voor stikstof en fijnstof zal worden voldaan binnen de kortst mogelijke termijn.

Verbod

Voor de praktijk is vooral van belang dat de voorzieningenrechter de Staat per direct verbiedt om nog maatregelen te treffen waarvan volgens RIVM statistisch verwacht moet worden dat deze zullen leiden tot voortgaande of hernieuwde overschrijding van de grenswaarden voor stikstof en fijnstof.

Het verbod kan op korte termijn al grote gevolgen hebben. Het verbod houdt bijvoorbeeld in dat nieuwe snelheidsverhogingen op snelwegen naar 130 km per uur niet meer zijn toegestaan wanneer de grenswaarden daardoor zouden worden overschreden.

Het kan ook gevolgen hebben voor het vaststellen van bestemmingsplannen of het verlenen van bijvoorbeeld omgevingsvergunningen als volgens het RIVM te verwachten valt dat de activiteiten een overschrijding zullen veroorzaken van de grenswaarden voor stikstof en fijnstof.

Vervolg

Op 14 november 2017 zal deze zaak in de bodemprocedure worden behandeld.
De verwachting is dat een vonnis in de bodemprocedure pas op zijn vroegst begin 2018 zal volgen. Zolang er nog geen vonnis is gewezen in de bodemprocedure zal de Staat zich moeten houden aan de hiervoor omschreven maatregelen.

Vragen?

Heeft u vragen over de uitspraak of wilt u weten of de uitspraak voor u gevolgen heeft? U kunt vrijblijvend contact opnemen met mr. Evelien Braad via 0172 -50 32 50 of via ebraad@lagrolaw.nl