10 oktober 2018

Omzetprognose: Kristallen bol van de franchisegever niet verplicht

In het arrest van 21 september 2018 bevestigde de Hoge Raad dat de franchisegever niet verplicht is om omzetprognoses beschikbaar te maken voor de franchisenemer. Ook oordeelde de Hoge Raad dat vrijwillige codes, zoals de Europese Erecode inzake franchising of de Nederlandse Franchise Code, niet automatisch onderdeel van een franchiserelatie zijn.

De aanleiding

Een franchisenemer exploiteerde al sinds 1998 een C1000 winkel in Raamsdonkveer. In 2011 werd C1000 door Jumbo overgenomen en moest de C1000 vestiging in Raamsdonkveer om mededingingsredenen worden afgestoten. De franchisenemer raakt vanaf mei 2012 in gesprek met Albert Heijn. Albert Heijn laat in juni 2012 een langetermijnprognose opstellen. Hierin staat onderaan dat Albert Heijn niet instaat voor de juistheid van de gegevens en het gelijk blijven van de marktomstandigheden. Ook bevat de disclaimer een uitsluiting van aansprakelijkheid. Het eindigt met de opdracht aan de franchisenemer, dat hij de gegevens zelf moet laten checken op juistheid. De prognose ging uit van de omzet die de franchisenemer boekte als C1000 winkelier. De omzet bleef achter bij de verwachtingen van de franchisenemer en hij weet dat aan (aangenomen) fouten in de omzetprognose.

Intermezzo: waarom prognoses?

De vraag is weleens gesteld, waarom überhaupt met prognoses wordt gewerkt. Is dat niet een mijnenveld vol boobytraps voor de franchisegever, waaraan hij zich lelijk kan bezeren? Het gros van de gepubliceerde rechtspraak in franchisezaken gaat over omzetprognoses en de Hoge Raad heeft in 2002 al eens geoordeeld dat een omzetprognose niet verstrekt hoeft te worden. Daarom: why bother? De reden is simpel en commercieel: franchisegevers willen franchisenemers motiveren voor hen te kiezen. Met name in de supermarktbranche, waarin uit zat formules valt te kiezen, speelt dat. Dé manier om een franchisenemer over te halen, is door hem een gouden toekomst voor te kunnen schotelen. Bovendien laten franchisegevers in de regel al een marktonderzoek uitvoeren voordat ze een bepaalde markt betreden.

De prognose komt niet zonder “maar”. Zij moet wel kloppen. Klopt de prognose niet, is sprake van dwaling en kan de franchisenemer van de franchiseovereenkomst af. Als de franchisegever ook wist dat de prognose niet klopt, maar hij vergeet dat de franchisenemer te laten weten, kan hij schadeplichtig worden gesteld.

Dan moet wel komen vast te staan dat het achterblijven van de omzet ligt aan fouten in de prognose en niet – om maar een voorbeeld te noemen – aan fouten in de bedrijfsuitoefening door de franchisenemer. Daar schort het nogal eens aan in procedures over omzetprognoses: de franchisenemer krijgt niet bewezen dat het achterblijven van de omzet alleen maar aan de foute prognose heeft gelegen.

Afdwingen van prognoses in gedragscodes

Het is de franchisenemers een doorn in het oog dat verstrekken van prognoses niet verplicht is. Via gedagscodes is geprobeerd dit af te dwingen. In zowel de Europese Erecode inzake franchising als de Nederlandse Franchise Code (NFC) staat een verplichting tot het verstrekken van prognoses. Deze erecodes worden desondanks niet overal toegepast. Insteek van de procedure was dan ook dat de codes een gewoonte in franchiseland vormen. Als gevolg hiervan moeten de codes automatisch onderdeel van een franchiseovereenkomst worden, ook als partijen de gedragscode niet van toepassing verklaren. In deze zaak ging het specifiek om de Europese Erecode, maar het mag worden aangenomen dat er ook aan de NFC is gedacht. In dit standpunt ging de Hoge Raad niet mee.

Als de gedragscode wél onderdeel uitmaakt van het contract of door een branchevereniging dwingend wordt opgelegd, vormt zij wel onderdeel van de relatie tussen franchisegever en –nemer.

Toekomst

Dit arrest heeft dus waarde in franchiseland, ook al is het vooral een bevestiging van wat al bekend was: geen plicht om prognoses te verstrekken en gedragscodes zijn niet automatisch onderdeel van het contract. Mogelijk verandert dat in de toekomst. Er is wetgeving in de maak over de informatie die de franchisegever voor het sluiten van de overeenkomst aan de toekomstige franchisenemer moet verstrekken. Het blijft gissen hoe de wet eruit komt te zien, maar ongetwijfeld moet de franchisegever marktonderzoeken waarover hij beschikt gaan delen. Wij houden u uiteraard op de hoogte over de ontwikkelingen omtrent het wetsvoorstel!

Contact

Voor meer informatie kunt u gerust contact op nemen met uw contactpersoon van onze sectie Ondernemingsrecht of met mr. drs. Jan Spanjaard via telefoonnummer 0172 - 503228 of per e-mail jspanjaard@lagrolaw.nl.