30 november 2017

Hoge Raad bevestigt regels voor verrekening in faillissement

Sommige schuldeisers hebben een voordeligere positie in faillissement dan anderen. De schuldeiser die een tegenvordering heeft op de failliet is daar een voorbeeld van. Hij kan onder omstandigheden een beroep doen op verrekening.

Verrekening is kort gezegd mogelijk wanneer twee partijen over en weer elkaars schuldeiser en schuldenaar zijn. Verrekening is ook mogelijk als een van die twee partijen failliet is. In dat geval zijn de vereisten voor verrekening bovendien soepeler.

De gedachte daarachter is dat de schuldenaar van de gefailleerde zijn schuld aan de gefailleerde onderneming als ‘onderpand’ mag beschouwen voor de betaling van zijn vordering.

Een belangrijk verschil tussen de regeling van verrekening in faillissement ten opzichte van de verrekening buiten faillissement volgt uit artikel 53 lid 3 Faillissementswet.

Art. 6:136 BW kent aan de rechter de bevoegdheid toe om een vordering, ondanks een beroep van de schuldenaar op verrekening, toe te wijzen indien de gegrondheid van dit verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen en de vordering overigens voor toewijzing vatbaar is. Dit wordt ook wel de liquiditeitscorrectie genoemd.

Art. 53 lid 3 Fw bepaalt vervolgens dat de curator die een vordering van de failliet op de schuldenaar wenst te innen, geen beroep kan doen op art. 6:136 BW. Hetzelfde geldt voor de pandhouder die een vordering op de schuldenaar wenst te innen.

Arrest Hoge Raad

In het geval dat voorlag failleerde een onderneming en probeerde de pandhouder de vordering op de schuldenaar te innen. Die schuldenaar stelde echter een tegenvordering op de failliet te hebben wegens geleden schade en wenste die te verrekenen met de vordering van de pandhouder. Het gerechtshof passeerde het beroep van de schuldenaar op verrekening omdat de gestelde tegenvordering niet op eenvoudige wijze zou zijn vast te stellen.

Ten onrechte, zo blijkt uit het arrest van de Hoge Raad. In een dergelijk geval mag het hof het beroep op verrekening niet zomaar passeren, maar had het een oordeel moeten geven over de gegrondheid ervan. Na verwijzing door de Hoge Raad zal het gerechtshof alsnog de gegrondheid van de tegenvordering van de schuldenaar moeten onderzoeken.

Conclusie

De Hoge Raad bevestigt wederom de specifieke regels voor verrekening in faillissement, en de bijzondere positie van de curator, pandhouder en schuldenaar in dat kader.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neemt u dan vrijblijvend contact op met de sectie contractenrecht van La Gro Advocaten via Donald Volleberg via telefoonnummer 0182-518 433 of per e-mail dvolleberg@lagrolaw.nl

Hier kunt u het arrest van de Hoge Raad teruglezen.