5 december 2017

Bestuurder aansprakelijk voor pensioenpremies?

Onder andere vanwege de regel “geen premie, wel pensioen” is het voor verplichte bedrijfstakpensioenfondsen van belang om de pensioenpremie betaald te krijgen.

Bestuurders zijn mede daarom op grond van de wet hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van pensioenpremies door hun onderneming aan een verplicht bedrijfstakpensioenfonds (“BPF”).

Deze hoofdelijke aansprakelijkheid is geregeld in art. 23 Wet Bpf 2000.

De kern van die regeling is dat (gewezen) bestuurders hoofdelijk aansprakelijk zijn indien de niet-betaling van de bijdragen het gevolg is van aan hen te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur. Indien de onderneming te eniger tijd de premies niet kan betalen, dient het bestuur daarvan mededeling te doen aan het BPF. Indien deze melding is gedaan, kan een bestuurder alleen aansprakelijk worden gesteld indien aannemelijk is dat het niet-betalen het gevolg is van aan hem te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur. Als een dergelijke melding uitblijft, wordt direct vermoed dat de niet-betaling aan de bestuurder is te wijten. Hiermee wordt de bewijspositie voor het BPF vergemakkelijkt (omkeerregel). Een bestuurder kan dit vermoeden alleen weerleggen indien hij aannemelijk maakt dat het niet aan hem te wijten is dat de melding is uitgebleven.

Arrest Hoge Raad

In de casus die voorlag bij de Hoge Raad werd de voormalig bestuurder van een onderneming die inmiddels gefailleerd was, door het pensioenfonds hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor niet-betaalde pensioenpremies.

Door de rechtbank en het hof werd de vordering tegen de bestuurder toegewezen. Uit de procedure volgt dat de administratie van de inmiddels gefailleerde onderneming is verdwenen en zo buiten de procedure is gehouden.

De bestuurder gaat met succes in cassatie. Het hof heeft ten onrechte aangenomen dat de bestuurder de administratie buiten de procedure zou hebben gehouden. De voormalig bestuurder kan daar in beginsel immers niet meer over beschikken, nu de administratie toebehoort aan de rechtspersoon.

Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat wanneer door een bestuurder melding is gedaan van betalingsonmacht, dit ook geldt ten aanzien van toekomstige pensioenpremies. Er hoeft niet opnieuw melding te worden gedaan.

Conclusie Heeft u vragen over dit onderwerp? Neemt u dan vrijblijvend contact op met de sectie contractenrecht van La Gro Advocaten via Donald Volleberg via telefoonnummer 0182-518 433 of per e-mail dvolleberg@lagrolaw.nl

Hier kunt u het arrest van de Hoge Raad teruglezen.