3 mei 2018

Anti-ronselbeding is concurrentiebeding in de zin van de wet

In de wet (artikel 7:653 BW) is geregeld dat een concurrentiebeding slechts rechtsgeldig in de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan worden opgenomen, indien uit een bij dat beding opgenomen schriftelijke motivering van de werkgever blijkt dat het concurrentiebeding noodzakelijk is wegens zwaarwichtige bedrijfs- of dienstbelangen. Indien een dergelijke motivering ontbreekt, is het concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd nietig.

Bekend was al (uit een arrest van de Hoge Raad uit 2017) dat ook een relatiebeding als een concurrentiebeding in de zin van de wet geldt.

De kantonrechter Zeeland-West-Brabant heeft begin 2018 bepaald dat ook een anti-ronselbeding als een concurrentiebeding in de zin van de wet moet worden beschouwd.

De casus was wel wat bijzonder; het ging om een werknemer die als recruiter in dienst was getreden bij een landelijk opererend accountantskantoor. De werkgever heeft het contract voor bepaalde tijd niet voortgezet, waarna de werknemer bij een ander accountantskantoor – opnieuw in de rol van recruiter – in dienst wilde treden. Dat was de werknemer ook niet verboden.

Omdat de functie van werknemer bij haar nieuwe werkgever het werven van personeel was, werd de werknemer beperkt in de uitoefening van die functie door het contractueel overeengekomen anti-ronselbeding.

Dat werd door de kantonrechter in deze zaak in strijd geacht met de – strakke – bepalingen van artikel 7:653 BW. De werknemer mocht dus – zonder boete – een oud-collega benaderen om bij de nieuwe werkgever in dienst te treden.

Hoewel het – zoals gezegd – om een bijzondere casus gaat; veelal zal het immers niet onderdeel zijn van de functie van een werknemer om personeel te werven, is het wat ons betreft desondanks verstandig om een anti-ronselbeding in een contract voor bepaalde tijd ook te voorzien van de bijzondere motivering die al voor relatie- en concurrentiebedingen geldt.

De veel vaker voorkomende situatie dan die hier bij de kantonrechter speelde, is immers dat een werknemer bijvoorbeeld een eigen bedrijf gaat beginnen en één of twee werknemers van de werkgever met de werknemer “mee willen”. Ook zo’n situatie is veelal verboden door een anti-ronselbepaling en belemmert betreffende werknemers om werkzaam te zijn op de wijze zoals zij dat wensen.

Het formuleren van een specifieke motivering voor een concurrentie-, relatie- en/of ronselbeding luistert nauw.

Vragen?

Mocht u ondersteuning wensen, kunt u zich natuurlijk altijd daarvoor tot ons wenden. Neem dan gerust contact op met mr. Gerard Zuidgeest om uw situatie te bespreken: 0172 - 50 32 34 of gzuidgeest@lagrolaw.nl.